Cholesterol

Cholesterol is een bouwstof voor cellen en hormonen. Het is dus nodig. Zonder cholesterol kunnen mensen niet leven. Maar, een hoog cholesterolgehalte vergroot de kans op hart- en vaatziekten. In het ideale geval maakt het lichaam precies genoeg cholesterol aan. Dat gebeurt niet altijd. Het meeste cholesterol maakt de lever zelf aan. Hierbij spelen vetten een rol. Ook via voeding komt cholesterol het lichaam binnen.

Het cholesterolgehalte wordt gemeten door bloedonderzoek. Van nature schommelt het cholesterolgehalte. Een hoge waarde kan een uitschieter zijn. Er zijn daarom meerdere metingen nodig om een betrouwbaar beeld te krijgen van het cholesterolgehalte.

In het algemeen wordt bij het cholesterolgehalte de volgende indeling aangehouden:

Totaal cholesterolgehalte Het cholesterolgehalte is:
lager dan 5,0 mmol/l normaal
5,0 – 6,4 mmol/l licht verhoogd
6,5 – 7,9 mmol/l verhoogd
hoger dan 8,0 mmol/l sterk verhoogd (grote kans op FH)

cholesterol-formulaSoorten cholesterol

De waarde van het totale cholesterolgehalte is echter niet voldoende om met zekerheid vast te stellen of iemand een verhoogd cholesterolgehalte heeft. De arts bekijkt ook een aantal onderliggende waarden:

  • LDL-cholesterolgehalte
  • HDL-cholesterolgehalte
  • Triglyceridengehalte

Een hoog HDL-cholesterolgehalte is gunstig. Een hoog LDL-cholesterolgehalte of een hoog triglyceridengehalte is ongunstig.
Bij mensen met FH is het LDL-gehalte verhoogd. LDL-cholesterol hoopt zich op in de wanden van bloedvaten. Door deze ophoping ontstaat aderverkalking en daarmee loop je meer risico op (vroegtijdige) hart- en vaatziekten.